Molen De Onrust is gebouwd in 1809 om het Naardermeer te bemalen. De 15 meter hoge molen regelt het waterpeil van dit bijna 700 ha grote moerasgebied. In het Naardermeer wordt de natuur met natuurlijke kracht onderhouden. Tegenwoordig wordt deze molen door vereniging Natuurmonumenten behouden.

Het Naardermeergebied heeft een eigen waterhuishouding. Vroeger was er genoeg water in het Naardermeer. Regenwater uit het hooggelegen Gooi kwam via de bodem in de laagveengebieden omhoog als kwelwater. Door drinkwaterwinning, daling van de grondwaterstand in omliggende polders en afvoer van regenwater door het riool is er minder water beschikbaar.
Het verschil tussen polderpeil (het meer) en boezempeil (de Vecht) heet opvoerhoogte en schommelt tussen de 60 en 100 cm.

In de winterperiode stijgt door neerslag het waterpeil van het Naardermeer. Molen De Onrust maalt het overtollige water naar de Vecht. Het scheprad verplaatst ongeveer 10 m³ water per omwenteling. Het wiekenkruis draait hiervoor twee keer rond. Om een peilverlaging van 1 cm te krijgen, is één dag (ongeveer 16 uur) met goede wind nodig.
Zomers is er in het gebied juist veel water nodig voor de groei van planten. Ook verdampt water door wind en zonnewarmte. Vaak moet er water ingelaten worden om een goed waterpeil te handhaven. Vroeger ging dat heel eenvoudig: via de sluisdeur in de molen liet men Vechtwater binnen. Nu gebeurt dit niet meer. Een kleine waterzuiveringsinstallatie haalt eerst de fosfaten uit het rivierwater. Het schone water stroomt daarna in het Naardermeer.