De grote kerk en de Rooms-Katholieke kerk in de Turfpoortstraat dragen beide de naam van Sint Vitus. De Rooms-Katholieke kerk werd in 1835 gebouwd, deze werd echter al spoedig te klein en in 1911 is de huidige kerk gebouwd op de zelfde locatie. Binnen de vesting Naarden staan drie kerken: de beeldbepalende protestantse Grote Kerk in het hart van de stad, de rooms-katholieke in de Turfpoortstraat en de christelijk-gereformeerde aan de Cattenhagestraat. Bijzonder is dat de twee eerstgenoemde, die op een steenworp afstand van elkaar staan, dezelfde naam dragen, die van ‘St. Vitus’. De ene, de grootste, is het huis van de Protestantse Gemeente Naarden en werd gebouwd tussen 1380 en 1440. Na de Spaanse Moord van 1572 ging het grootste gedeelte van de gemeenschap over naar de reformatie. Een katholieke gemeenschap is er echter de eeuwen door gebleven en kon in 1835 in alle openheid een eigen Vituskerk bouwen. Deze werd al spoedig te klein en in 1911 kon op dezelfde plek het huidige onderkomen worden gebouwd, nu voorzien van een toren. Tussen portaal en kerkzaal is een glas-in-lood raam geplaatst waarop Sint Vitus is afgebeeld.
Voor de bouw van de kerk werd de architect Jan Stuyt (1868-1934) aangetrokken. Hij mag beschouwd worden als een van de belangrijkste Nederlandse bouwers van kerken, kloosters, ziekenhuizen en scholen van de 20e eeuw. Neo-Romaanse elementen zijn de vlakke zoldering, de kleine rondboogvensters en decoraties met eveneens ronde bogen. De muren zijn dik, zij dragen het grootste deel van het gewicht van het gebouw en daarom zijn grotere ramen niet mogelijk. Als gevolg daarvan is het er altijd vrij donker. 

Wie de kerk binnenkomt, betreedt een andere werkelijkheid. Centraal staat het altaar waar het Heilig Misoffer opgedragen wordt. Boven het altaar zijn vijf glasramen van een bijzondere schoonheid zichtbaar. In het midden zien we het Lam Gods met een kruisvaan en dit beeld wordt omgeven door stralen in regenboogkleuren. Rechts zien we Johannes, die in zijn evangelie ervan getuigt dat Jezus het levensbrood is dat uit de hemel neerdaalde. Uiterst rechts wordt Juliana van Cornillon (1192-1258) afgebeeld, een kloosterlinge die in een visioen de H. Hostie zag voor welk nog een feestdag ontbrak. Dat werd Sacramentsdag. In het koor is voorts ruimte voor een tabernakel, een kluis waar de geconsacreerde hosties bewaard worden. Links voor staat op de eerste trede van het priesterkoor het doopvont. Op de onderrand valt te lezen: ‘Ik doop U in den Naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes’. Rechts is een ambo zichtbaar. Tijdens de Dienst van het Woord worden de teksten van de bijbel vanaf de ambo voorgelezen en wordt er ook gepreekt.